Dit is geen aanval op de Germaanse geneeskunde, Ayurvedische geneeskunde, Chinese geneeskunde of welke geneeskunde dan ook.
Ik ben dan ook zeer te spreken over de Germaanse en alle andere geneeskunde (geen halfkunde) die gericht zijn op het weer helen van de innerlijke levensboom; zij doen allemaal prachtig werk (heelkunde).
Iedere lichamelijke klacht/ziekte is in feite een symbool, een symbool dat het bewustzijn een correctie geeft met maar één bedoeling: om te helen, te genezen, te integreren, te vervolmaken. Ziekten ontstaan dan vooral als er disharmonie ontstaat; het contact met het geheel, het contact met totaliteit met eerbied voor het leven is verdwenen.
Wat mij de laatste tijd opvalt (en waar ik niet zo goed tegen kan), is dat we iedere ziekte in een hokje willen plaatsen, of iedere aandoening willen diagnosticeren aan een bepaald innerlijk conflict. Ik begrijp het wel; vaak zijn het mensen met de beste intenties om anderen te willen helpen. Ze hebben dan wat meegekregen over de Germaanse geneeskunde (via lezingen of boeken) en denken dan precies te weten waar bepaalde aandoeningen vandaan komen en wat je innerlijk moet doen om ervan af te komen. Ofwel, bij iedere ziekte/symptoom weten zij de onderliggende factor te benoemen waar deze ziekte/symptoom vandaan komt. Zij zullen het grotendeels wel bij het rechte eind hebben (tenminste als ze goed zijn onderricht door mensen die er werkelijk studie naar gedaan hebben), maar ze zien maar al te vaak iets belangrijks over het hoofd: dat bepaalde ziektes afkomstig zijn van karmische zaden uit vorige levens, en dat zo’n ziekte volledig doorleefd moet gaan worden en niet valt op te lossen.
Verklaring:
Wij zijn vleesgeworden karma; niemand van ons is daar vrij van, want anders waren we hier niet. Daarom ligt er in ieder van ons een voorraadschuur/reserveschuur van allerlei karmische zaden. En op het juiste moment in de juiste tijd komt een zaadje tot rijping, niet allemaal in één leven, want anders zouden we waarschijnlijk ongelooflijk gebukt door het leven gaan (gelukkig maar). We maken datgene door wat in dit leven doorgewerkt kan worden, maar raakt men verlicht of komt iemand volledig tot inzicht, dan gaat compassie en liefde bloeien en gaat alles uitdoven aan verlangens. Dan gaat het laatste karma dat nog onderweg is door met werkzaamheid, maar kan het niet meer opschuiven, omdat er geen volgend leven meer is. Hoe mooi is dat?
Zo zie je dat Ramana Maharshi keelkanker had of Krishnamurti op het eind behoorlijk wat ziekte te verwerken had, de ziekte van Parkinson. Hij heeft zelfs een tijdje in een invalidewagentje gezeten na een operatie. De Boeddha had bijvoorbeeld last van zijn lichaam (vooral zijn rug). Maar hun geest is daar niet door geraakt; hun geest is daar vrij van. Er is niets in hun geest wat gestorven wordt door karma, omdat een geest onbedorven, vrij en smetteloos is.
Karma kan alleen maar werken als laatste pijl of als laatste pijlen die onderweg waren niet meer gestopt kunnen worden, en als ware alleen op het niveau van het lichaam moet uitwerken. Een verlicht mens laat deze pijlen gewoon doorwerken, al zou die over vermogens kunnen beschikken (afhankelijk van het een en het andere) om dat weg te duwen, maar algemeen laat men dat doorkomen en ontstaan er eenvoudige ziektes tot ingewikkelde ziektes die het lichaam kunnen aantasten, maar de geest is er absoluut vrij van.
Het is belangrijk om ziektes te voorkomen door jouw Dharma te volgen: inzicht, waarachtigheid, liefde, rechtschapenheid, en het wondermiddel liefde en de aandacht zelf.
En vergeet nooit
Wij blijven keer op keer in de golf van reïncarnatie staan, omdat de pijl van ons ego de lus van iedere vorm treft zolang wij ons identificeren met het feit dat we uitsluitend ons lichaam zijn, want dan zal die pijl zich na de dood voortzetten in een nieuwe levensopenbaring en dezelfde problemen die wij niet verwerkten weer opnieuw laten voortleven in een andere constellatie, ander decor, andere relaties. Wij dienen, als er ziekte is, verdriet of pijn, letterlijk of figuurlijk knopen door te hakken en de ziekte niet negatief te beschouwen, maar tegemoet te treden als een vriend die ons wil helpen naar heelmaking, genezing. Dat betekent dat wij uiteindelijk, volwassen geworden, ook de consequenties nemen. Ofwel de ziekte te aanvaarden en niet te bestrijden, maar van binnenuit mogelijk met begeleiding van een goede heelkundige, een goede heler en therapeut te sturen en begeleiden naar werkelijke heelheid, vrede en liefde.
Het besef dat niet alle ziektes te genezen zijn zou een enorme verrijking zijn in 2025, laten we het omarmen en niet alle ziektes in hokjes stoppen of een label geven dat het ontstaan is door een innerlijk conflict (veel wel, heel veel – maar lang niet allemaal).