Het oor kan worden gezien als een baarmoeder, als een kraamkamer. Alles wat het hoort, werkt in op zowel lichaam als ziel. Wat wij horen, zal vroeg of laat geboren worden: voor degene die spreekt én voor degene die de klank of frequentie ontvangt. Daarom is het van groot belang dat wij leren filteren wat wij toelaten en wat we naar elkaar uitspreken. Niet alles wat klinkt, voedt de ander. Rommel scheiden van wat zuiver is, is een verantwoordelijkheid om er voor te zorgen dat het innerlijk niet geboren kan worden.
Bewust luisteren en lezen betekent onderscheiden: welke woorden, klanken en gedachten bouwen op, en welke verstoren? Wat wij volledig tot ons nemen, nestelt zich in ons innerlijk en oefent invloed uit op wie wij worden. Ons denken (dat vaak niet eens werkelijk van onszelf is) speelt hierin een belangrijke rol. De kunst is om onheilzame gedachten te herkennen en ze bewust te vervangen door heilzame gedachten. Onheilzame gedachten kunnen het lichaam en de ziel uit balans brengen en zelfs ziek maken. We weten allemaal dat wij als mens zichzelf ziek kan denken, maar ook ziek kan praten.
Bijvoorbeeld tijdens de negen maanden van de zwangerschap werkt de moeder niet alleen aan de lichamelijke opbouw van het kind. Vaak zonder het te beseffen, bewerkt zij ook het zaad van de man en schept zij gunstige of ongunstige voorwaarden voor de ontwikkeling van de eigenschappen die daarin besloten liggen. Dit gebeurt dus door haar gedachten, haar gevoelens en de manier waarop zij haar leven leidt. Ook de vader speelt hierin natuurlijk een wezenlijke rol; zijn aanwezigheid, intenties en innerlijke houding dragen eveneens bij aan dit belangrijke proces.
Gedurende de hele zwangerschap horen moeder en vader samen over het kind te waken, om het te beschermen tegen invloeden van buitenaf. Althans zo hoort het. Dit door bewust om te gaan met hun spraak, gedachten en gevoelens kunnen zij een atmosfeer van zuiverheid en licht rondom het kind scheppen. Zo wordt het beschermd tegen verstorende invloeden (zoals aanvallen van boosaardige entiteiten) en ontstaat er ruimte om samen te werken met de ziel die zich voorbereidt op incarnatie, en in een later stadium met de pas geïncarneerde ziel in haar.