De farao’s waren niet zo snugger, en onze meditatiegekte.
Allereerst… Waarom kunnen wij niet in verstild bewustzijn zijn? Er zijn op spiritueel terrein nog meer mensen die hongeriger zijn dan op stoffelijk terrein. Er zijn zoekers die ‘zoveel zoeken’ dat ze knettergek worden van hun eigen zoeken.
Denk aan diverse lezingen, diverse ceremonies, mannen/vrouwen bijeenkomsten, drumcirkels, tarotkaarten leggen, kundalini-activaties, enzovoorts. Te veel om op te noemen. En als je dan op het einde van zo’n rit aan iemand vraagt: heeft het je ‘echt iets’ gebracht? Ben je veranderd? Heeft het je bevrijd? Blijft het antwoord vaak ‘NEE’.
We blijven achter iedere boom kijken, we rennen maar door. Zelfs als we stilstaan, rennen we nog
Als we in bed liggen om te slapen, waken we. Als we eten, zijn we bezig met de dag van morgen. Als we mediteren in een hoekje van een vertrek of in de stilte van een zijkamertje zijn we de boodschappenlijst aan het maken voor morgen. Ook al zitten we in boeddhahouding of lotushouding en spelen we het spel dat we in diepe meditatie zijn.
En al deze kinderlijke spelletjes blijven we maar vaak genoeg spelen, maar als we echt oprecht zijn, weten we dat we zelden tijdens zo’n meditatie de diepe/diepte-stilte bereiken. Waar overigens alle boodschappenlijstjes zijn verdwenen.
Ben ik tegen meditatie? In tegendeel, maar beseffen wij dat meditatie continu aanwezig moet zijn, continu? Op het moment dat we dat selecteren tot een gebouw, een hoekje, een aparte kamer en de rest van de dag niet aandachtig zijn, heeft die hele meditatie eigenlijk geen enkele zin.
Meditatie is voortdurend en continu proberen met aandacht de dingen te doen, te spreken, te handelen, te luisteren (dus er niet doorheen praten)… en we rennen maar en rennen maar. We spreken over het Licht, over het Duister, na de dood wel of niet naar het witte Licht, over 3D naar 5D, over begin en einde, over heiligen of engelen, maar eigenlijk heeft het weinig zin. Want zijn we bevrijd? Zijn we erdoor bevrijd? Of gaan we er nog door bevrijd raken om er nog jaren over te praten? Nee…
We willen toch vrij zijn? We verlangen toch niets liever dan vrij te zijn? We verlangen toch niets liever dan vrij te zijn van alle ballast? Dat is het enige verlangen dat brandt door alle verlangens heen. Alle verlangens die we hebben, stoffelijk, spiritueel, worden eigenlijk gevoed door 1 diep verlangen, waar we ook aan moeten sterven, maar dat ene verlangen is om volledig vrij te zijn.
Zonder verwachting en toekomst, zonder verwachting na de dood, want als je na de dood nog iets verwacht, ben je niet vrij.
Als je een gebouw hebt opgebouwd na de dood, ben je net zo gevangen als je dode leven tijdens je leven.
Ik probeer te zeggen dat verlangen na de dood uit hetzelfde verlangen komt om iets vast te houden. De farao’s met hun hele hebben en houden, tempels en piramides, of de oude Chinezen met hele graven met een leger erbij van klei: duizenden terracottabeelden, met goud beschilderd. Wat een werk, wat een tijdverspilling, wat een geldverspilling. Waarom? Omdat ze denken dat ze al die pracht mee kunnen nemen naar de overkant. Eigenlijk is het pure waanzin.
Jezus zei niet voor niks: de hemel boven de hemel is vergankelijk.
Kunnen wij eigenlijk nog wel zo leven, zonder verwachtingen en toekomst, zonder verleden? Ons hele leven als een grote meditatie maken, hier en nu. Kunnen we dat?
Ja, dat kan, iedere dag is weer een oefening, het is vallen en opstaan. Voor iedereen is het een les. Maar het mooie is dat we elke keer (zolang je nog mag leven) de kans krijgen om het te doen. Wat een geschenk, wat een liefde! Ik besef me dat iedere week steeds meer. Dankbaar.