Jezus zei: ‘đđŦ đģđĸđ¨ đĨđĸđĩ đģđĻ đĸđđđĻđ¯ đĨđŗđ°đ¯đŦđĻđ¯ đ¸đĸđŗđĻđ¯ đĻđ¯ đĨđĸđĩ đ¨đĻđĻđ¯ đˇđĸđ¯ đŠđĻđ¯ đĨđ°đŗđ´đĩđĒđ¨ đ¸đĸđ´.
Dit is mooi om te begrijpen, het is een heel subtiele zaak. Als je dronken bent van deze wereld, kun je niet dorsten naar een andere. Als je dronken bent van gewone alcohol, van gewone wijn, kun je niet dorsten naar de goddelijke wijn, dat is haast onmogelijk! Als een mens niet dronken is van deze wereld, krijgt hij dorst. En die dorst kan niet worden gelest met iets dat tot deze wereld behoort. Alleen het onbekende kan hem lessen, alleen het onzichtbare kan hem lessen.
Jezus zegt dus iets zeer tegenstrijdigs:
‘đđŦ đģđĸđ¨ đĨđĸđĩ đģđĻ đĸđđđĻđ¯ đĨđŗđ°đ¯đŦđĻđ¯ đ¸đĸđŗđĻđ¯ đĻđ¯ đĨđĸđĩ đ¨đĻđĻđ¯ đˇđĸđ¯ đŠđĻđ¯ đĨđ°đŗđ´đĩđĒđ¨ đ¸đĸđ´.’ đđĒđĻđŽđĸđ¯đĨ đ¸đĸđ´ đĨđ°đŗđ´đĩđĒđ¨, đ¸đĸđ¯đĩ đģđĻ đĨđĸđ¤đŠđĩđĻđ¯ đĨđĸđĩ đģđĻ đĨđĻ đ´đđĻđļđĩđĻđ, đĨđĻ đ´đ¤đŠđĸđĩ, đŠđĻđĩ đŦđ°đ¯đĒđ¯đŦđŗđĒđĢđŦ đĸđ đ¨đĻđˇđ°đ¯đĨđĻđ¯ đŠđĸđĨđĨđĻđ¯. đđĸđĸđŗđ°đŽ đģđ°đ¤đŠđĩđĻđ¯ đģđĻ đ¯đĒđĻđĩ.
God is dronkenschap van een andere kaliber, het is wijn van een andere wereld. Want zal je God tot je nemen, dan zul je helemaal geen dorst meer hebben. Deze wereld en haar wijn kunnen je alleen een tijdelijke opluchting geven, kunnen je alleen tijdelijke momenten van vergetelheid geven. En het staat lijnrecht tegenover elkaar: iemand droken is van Gods wijn is volkomen alert, gewaar, volledig bewust; iemand die dronken is van deze wereld en haar wijnen is gehypnotiseerd, in slaap, beweegt zich in een sluimertoestand, leeft in zijn slaap zijn hele leven is ÊÊn lange droom.
‘đđŦ đģđĸđ¨ đĨđĸđĩ đģđĻ đĸđđđĻđ¯ đĨđŗđ°đ¯đŦđĻđ¯ đ¸đĸđŗđĻđ¯ đĻđ¯ đĨđĸđĩ đ¨đĻđĻđ¯ đˇđĸđ¯ đŠđĻđ¯ đĨđ°đŗđ´đĩđĒđ¨ đ¸đĸđ´.
đđ¯ đŽđĒđĢđ¯ đģđĒđĻđ đ¸đĸđ´ đŖđĻđĨđŗđ°đĻđ§đĨ đ°đŽ đĨđĻ đģđ°đ¯đĻđ¯ đĨđĻđŗ đŽđĻđ¯đ´đĻđ¯, đ°đŽđĨđĸđĩ đŠđļđ¯ đŠđĸđŗđĩ đŖđđĒđ¯đĨ đĒđ´ đĻđ¯ đģđĒđĢ đ¯đĒđĻđĩ đģđĒđĻđ¯ đĨđĸđĩ đģđĻ đđĻđĻđ¨ đĩđĻđŗ đ¸đĻđŗđĻđđĨ đģđĒđĢđ¯ đ¨đĻđŦđ°đŽđĻđ¯ đĻđ¯ đĨđĻ đ¸đĻđŗđĻđđĨ đ¸đĻđĻđŗ đđĻđĻđ¨ đ¸đĒđđđĻđ¯ đˇđĻđŗđđĸđĩđĻđ¯.’