Mensen die dicht bij de natuur wonen of vaak in de natuur zijn, zijn in het algemeen heel gastvrij, en helemaal niet bang. Maar hoe kan dat?
En waarom voel jij je zo fijn in de natuur?
Je hoeft namelijk nooit te twijfelen in de natuur; bomen zijn niet sluw, je hebt geen pantser nodig om je ertegen te beschermen. Heuvels/bergen zijn niet sluw – het zijn geen politici, het zijn geen misdadigers – je hebt geen pantser nodig om je ertegen te beschermen. Daar heb je geen beschutting nodig, je kunt open zijn.
Ja, open zijn! Jezelf zijn!
Daarom voel jij je zo fijn in de natuur.
Daarom voel je plotseling iets van verrukking als je de heuvels ingaat. Waar komt dat vandaan? Van de heuvels? Nee, dat komt doordat je nu je pantser kunt afleggen, je hoeft niet bang te zijn. Als je bij een boom gaat staan voel je je plotseling heerlijk. Dat komt niet door die boom, dat komt van binnen uit jezelf. Tegen een boom hoef je je niet te beschermen, je kunt op je gemak zijn en je thuis voelen. Een bloem zal je niet plotseling aanvallen; een boom kan geen dief zijn, hij kan niets van je stelen. Dus als je naar de heuvels gaat, naar zee, naar de bomen, naar het bos, leg je je pantser af.
Mensen die met de natuur leven, hebben daardoor meer vertrouwen. In een land dat niet zo sterk geïndustrialiseerd is, minder gemechaniseerd, minder technologisch, waar je meer met de natuur leeft, is meer vertrouwen, meer gastvrijheid en liefelijkheid..
Zoek meer de natuur op, vooral in deze tijden. Het zal je goed doen.